4. oktober 2017

Eindelijk weer uitademen

Nieuwe operatiemethode

Het interdisciplinaire team bestaande uit plaatsvervangend chef-arts intensive care, dr. med. Felix Giebel, thoraxchirurg en plaatsvervangend chef-arts, dr. med. Bassam Redwan, en afdelingshoofd, privédocent dr. med. Servet Bölükbas, zagen hun patiënt

Het innovatieve gebruik van een ‘kunstlong’ (ECMO) met een twin-port-canule hielp Gülahmad Sultanachmadov toen hij moest worden geopereerd aan een long. De methode is voor een dergelijke operatie in deze vorm voor het eerst gedocumenteerd.

Gülahmad Sultanachmadov kon nauwelijks nog ademen, toen hij zich in de HELIOS Klinik Attendorn bij dr. med. Michael Arattukulam voorstelde. De long was door de chronische aandoening COPD zo sterk beschadigd dat er een extreem longemfyseem met vorming van enorme luchtbellen (‘giant bulla’) was ontstaan. Bij deze aandoening zwellen de zieke longblaasjes op, zodat de verbruikte lucht niet meer kan worden uitgeademd. Vele longblaasjes gaan geheel te gronde en in het ergste geval ontstaan er grote arealen die helemaal niet meer werken en de long uitrekken. Die was bij de heer Sultanachmadov al zo groot dat het hart en ook het middenrif, de belangrijkste ademspier, zich hadden verplaatst. Een operatie was absoluut noodzakelijk en de patiënt werd aanbevolen deze in het longcentrum ‘Bergisches Lungenzentrum’ van het academisch ziekenhuis, HELIOS Universitätsklinikum Wuppertal, uit te laten voeren.

Als een mens aan de long wordt geopereerd, moet hij kunstmatig worden beademd. Tijdens de operatie werkt dan slechts één longkwab, zodat de andere kan worden geopereerd. Maar hoe moet het als de long zelf ziek is en de beademing via één kant niet meer volstaat?

In het longcentrum van Wuppertal heeft plaatsvervangend chef-arts, dr. med. Bassam Redwan, speciale ervaring met de zogeheten ECMO-methode. Bij een longoperatie in het geval van een sterk beperkte longfunctie van de patiënt kan de methode voor het vervangen van een long worden gebruikt om de gaswisseling, dus de zuurstofverrijking en CO2-verwijdering, volledig of gedeeltelijk te vervangen. De methode is vergelijkbaar met de zogenaamde hart-longmachine tijdens een hartoperatie. De techniek wordt weliswaar vaak gebruikt bij pasgeboren kinderen met onrijpe longen, maar bij volwassenen wordt hij alleen toegepast als laatste middel bij grote operaties of bij patiënten met beperkte longfunctie.

Innovatieve combinatie met de dubbele canule

Bij de ECMO-methode wordt het bloed doorgaans uit één ader genomen en op een andere plaats van het lichaam weer toegevoerd. In het onderhavige geval besloten de thoraxchirurgen in overleg met de IC-artsen de ECMO te combineren met een dubbele canule, die het bloed zowel af kan nemen als het terug naar het lichaam kan leiden – met slechts één prikplaats.

Aangezien bij de heer Sultanachmadov de zuurstofopname in de andere longkwab nog enigszins werkte, moest hoofdzakelijk de CO2-verwijdering via de machine gebeuren. Daarom waagde men over te gaan tot het gebruik van de twin-port-canule. "Wij hebben gekozen voor het gebruik van de nieuwe canule om de patiënt te sparen. En het is gelukt", aldus een verheugde dr. Redwan, die zijn patiënt met deze ingreep 30 procent meer longfunctie heeft gegeven. "De heer Sultanachmadov heeft vroeger elke dag urenlang zuurstof nodig gehad. Dat is nu niet meer nodig, zijn kwaliteit van leven is enorm verbeterd", aldus dr. Redwan. Voor hem en zijn collega's is het steeds weer een grote uitdaging om de voorzichtigste combinatie van operatietechnieken te bedenken.

"Wij zijn altijd blij als we erin slagen voor de patiënt het beste uit onze mogelijkheden te halen", zegt privédocent dr. Servet Bölükbas, afdelingshoofd van de kliniek voor thoraxchirurgie van het Bergische longcentrum. "Zo kunnen we onze expertise verder uitbouwen en vele longpatiënten een sparende operatie bieden."